Tiësto is sinds het begin van deze maand opnieuw de beste dj ter wereld.
Niet Regi, niet de Dewaelebroertjes
Tiësto.
Wie bepaalt er zo’n dingen? Wie zijn die grote almachtigen die weten, simpelweg wéten dat Tiësto de aller-allerbeste dj ter wereld is? Dat zijn de ‘DJ Awards‘.
Elk jaar, bij het afsluiten van het partyseizoen, komt er blijkbaar een jury samen op Ibiza, die uit verschillende genomineerde DJ’s de allerbesten weten te kiezen. Wie die jury is? Geen flauw idee. Zelfs op de officiële DJ Awards-site is er geen info te vinden over hun ongetwijfeld zeer uitgebreide jureringsproces.
Wat mij wel onmiddelijk opviel, was dat onze Dewaelebroertjes zelfs niet tussen de genomineerden van dit jaar stonden. Ik denk dat we best mogen aannemen dat, als het beste Dj-duo van België zelfs niet genomineerd kan raken, er toch iets fout zit met de selectieprocedure. Hoogstwaarschijnlijk gaan er jaarlijks grote geldstromen van Nederland naar Ibiza, om toch maar die beste idioot ter wereld achter hun draaitafels te hebben staan.
Tiësto is trouwens niet de enigste beste Hollandse DJ ter wereld. Ook een zekere Armin Van Buuren draagt dit jaar die titel. Alletwee de beste?
Dat ze het daar maar uitvechten. Ik ga poepen in Ibiza.
Jawel, dankzij bovenstaande titel staat WMGGS éindelijk op de zwarte lijst van google China (hoera! Joepie! Nu nog op die van de CIA en het is helemaal in orde! “terrorist white house bombing”. Ka-tsjing!). De sinologe muziekliefhebbers onder ons hebben het echter al lang in de smiezen: “Chinese democracy” (of 中国民主 in het Chinees) slaat niét op een door mij pas opgerichte Chinese revolutionaire groepering (had gekund), maar wél op de nieuwe, eindelijk te verschijnen plaat van Guns ’n Roses, het muzikantenclubje rond zanger Axl Rose. Schitterend gekozen albumtitel trouwens, want het zag er lange tijd naar uit dat deze cd even lang op zich ging laten wachten als een Chinees democratisch bestel.
Vijftien jaar heeft het geduurd voor Guns ’n Roses deze cd eindelijk hebben durven loslaten. En net zoals bij Brian Wilson’s ‘Smile’ (productietijd: 28 jaar) zal ook nu ongetwijfeld weer blijken dat de mythe ondertussen groter is dan de plaat zelf. Nooit zal die afgewerkte cd nog kunnen tippen aan de hype die eraan vooraf ging.
Excuses voor de uiterst korte blogpost, maar mijn internet ligt plat, en 15 minuten surfen in de uniefbibliotheek volstaat niet echt om er iets deftigs van te maken. Volgende week!
En, val niet van uw stoel bij de volgende woorden, …
Ik ga het eens recenseren.
Drop the Messiah
He’s a lousy liar
You got two strong hands
Working yourself to fame
Drop the Messiah
He won’t take us higher
We got two strong minds
Working ourselves to fame
(A Brand, Judas*)
Als iemand, in deze politiek correcte tijden, het zou aandurven om dit soort leuzes te gaan scanderen voor de zondagsmis, het zou waarschijnlijk niet in goede aarde vallen. A Brand pakt het gelukkig subtieler aan: op hun nieuwste cd ‘Judas’ scanderen ze hele songteksten van dit kaliber, maar begeleiden ze die met uiterst aanstekelijke gitaarriffs. Het lijkt wel een atheïstische conceptplaat, met nummers als het voorgenoemde ‘Drop the Messiah’ en ‘Judas’. Het is gelukkig nog zoveel meer dan dat.
‘Judas’ is een feestje vol zatte filosofen, die, begeleid door een professionele gitaarband, uiterst toonvast de grote zaken des levens bezingen. En diepzinnig, én uitgelaten, én dansbaar. Een prachtige combinatie. In de nieuwe hitsingle ‘Time’ wordt de tijd eens goed van repliek gediend. Daar blijft het niet bij: ook de liefde en de Heer krijgen op deze cd uit dezelfde pan een (minstens even goede) veeg. Niet alle songs zijn zo geëngageerd, er wordt ook nog wel eens gewoon over de liefde gezongen. Maar altijd zijn ze gelaagd, verrassend en meeslepend. Dit soort diepgang heb ik erg gemist op vorige A Brand-creaties, als ‘Riding your ghost’ en ‘Hammerhead’. Het was goed, maar het kon beter.
Dit ís beter.
A Brand speelt op 26 november in de Gentse Vooruit. ‘Judas’ is tijdelijk aan 14 € te verkijgen in BILBO. Allen daarheen! Mondegreens van mijnentwege waren helaas onvermijdelijk, wegens geen tekstboekje.
Cd-recensies bestaan al jaren. Maar sinds Marc Mijlemans in mijn geboortejaar op briljante wijze het Triffids-meesterwerkje ‘Born Sandy Devotional’ recenseerde is er eigenlijk niet bijster veel meer aan het concept van de recensie veranderd. Het is een half A4′tje vol lyrische of minder lyrische vergelijkingen, aangevuld met een vakkundige beschrijving van elke melodielijn.
Daar mag wel eens verandering in komen, denk ik dan.
Wat al die recensies volgens mij missen, is beeld. Terwijl de hedendaagse kranten en tijdschriften elk artikel tegenwoordig vergezellen van pakkende fotografische meesterwerkjes, die de lezer onmiddellijk meesleuren in de stemming van de journalist, zijn recensies schijnbaar blijven steken in de jaren stilletjes. Op zijn best staat er naast elk stuk een prentje van de respectievelijke cd, wat de lezer zou moeten helpen om het schijfje in de platenwinkel te herkennen. Terwijl er zo veel meer mee kan gedaan worden! Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Plak een foto van een huilende Bert Anciaux naast de recensie van de laatste Madonna-cd: iedereen zal onmiddellijk beseffen dat dit schijfje hoogstens geschikt is om varkensdarmen mee uit te kuisen.
Uiterst doeltreffend, en zodoende de ideale manier om de nieuwste cd van Kings Of Leon te bespreken.
Niet waar, Bert?
…
De laatste van Kings Of Leon dus.
Na hun vorige cd, ‘Because Of The Times’ had deze band reusachtige verwachtingen in te lossen. Dat was namelijk een waar meesterwerkje gebleken, waar werkelijk alle songs het niveau tussen ‘goed’ en ‘meesterlijk’ moeiteloos overschreden. Erg verrassend eigenlijk, aangezien de band op zijn platen daarvoor nooit echt helemaal wist te overtuigen.
En nu is er dus ‘Only By the Night’, hun langverwachte opvolger. En in vergelijking met hun vorige, wel…
… had het toch dat ietsje beter gekund.
Neen jongens, het kan niet altijd goed zijn. En na een meesterwerk nóg een meesterwerk produceren is bepaald een moeilijke taak. Maar dit cd’tje doet echt onrecht aan het niveau dat een groep als deze normaal gezien zou moeten kunnen halen. Er zijn uitschieters, daar niet van. De single ‘Sex On Fire’ wordt niet voor niets grijsgedraaid op verschillende populaire radiostations. Eén meesterwerkje maakt echter geen goede cd, en het grootste deel van de overige songs komt nauwelijks tot aan de tenen van de single. Laten we hopen dat dit creatieve dipje vervolgens resulteert in een nieuw meesterwerk. De mannen van Kings Of Leon verdienen het, en ik zou er als trouwe fan meer dan blij mee zijn. In afwachting zullen we ‘Sex On Fire’ maar een tijdje op repeat moeten beluisteren.
Godverdomme. Dimitri Verhulst weet ze wel te kiezen, die titels. Wie dacht dat enkel Herman Brusselmans een patent had op beklijvende titels, is bij deze op zijn plaats gezet
En het is zo wáár. Is dit niet weer gewoon eens een godverdomse dag op een godverdomse bol? Verdomme, ik wil er zelfs gif op innemen. Op dergelijke godverdomse dagen is een mens bijna blíj als hij de volgende aankondiging ziet hangen aan de kassa van de St. Denijse Carrefour.
De Dashverkopers, ze mogen gelukkig zijn, nu hun godverdomse pakken Dash eindelijk een eigen soundtrack hebben gekregen. Van Sam Gooris dan nog wel, een BV die er verdomme op wonderbaarlijke wijze steeds in slaagt zijn eigen eenvoudige zelf te blijven, zelfs op nationale televisie. Allen daarheen!
Niet verkrijgbaar bij de pakken Dash, en maar goed ook: de godverdomse teringherrie van The number twelve looks like you. Slacht een varken met een heel bot mes, na het bewerkt te hebben met een roodgloeiend, in prikkeldraad gewikkeld strijkijzer: het zal kreten tevoorschijn toveren die danig in de buurt moeten komen van wat onze vrienden van ‘The Number Twelve…’ op hun cd ‘Mongrel‘bijeen hebben weten te krijsen.
Geen slechte muziek nochtans. Eens de oren gewend zijn geraakt aan het vrij monotone keelgeschraap van de vermoedelijke ‘zanger’, valt toch op dat de muziek zelf vaak uiterst geraffineerd in mekaar zit. Er gaat een donkere, mysterieuze sfeer van uit, die regelmatig omslaat in hersenloze agressie of wanhoop. Muziek verbeeldt emotie, dit is emotie in zijn puurste vorm.
Niet alle nummers kunnen zo echter op mijn uiteindelijke goedkeuring rekenen. Sommige, zoals ‘Allright, I Admit It,… It Was a Whorehouse’ en ‘Paper Weight Pigs’ missen de subtiliteit die de agressie in nummers als ‘Jay Walking Backwards’ en ‘Grandfather’ enigzins tempert, en een plaats geeft in het muzikaal geheel. Dat soort songs is breinloos, rechtlijnig, weinig inventief en erg schadelijk voor het trommelvlies.
Aangezien een groot deel van deze cd gevuld is met dat soort creaties, kan ik hier uiteindelijk geen oprecht lovend oordeel over vellen. Iets minder gekrijs, iets meer inhoud, en het kan nochtans nog helemaal goedkomen met die mannen van The number twelve looks like you. Wie op zoek is naar een zachtere en naar mijn mening betere (zonder gekrijs, mét lyrics) versie van dit soort muziek, raad ik van ganser harte het schitterende debuut van The Germans aan, dat ik hier eerder al besprak.
En aangezien mijn medeblogger Tom zo vriendelijk was om mij op dergelijke aangename luistermuziek te vergasten, bied ik hem met veel plezier iets gelijkaardigs aan: de laatste worp van onze grote Dashliefhebber Sam Gooris.
Dinsdag 2 september: duizenden bloggers wachten vol spanning voor hun computerscherm. Zal WMGGS updaten? “W! M! G! G! S! W! M! G! G! S!” klinkt het uit al hun monden. Het hoerageroep en verwachtend gegiechel wordt steeds luider. “Een blog! Wij willen een blog!” Eén fan uit Cut Bank, Montana kan het wachten niet meer aan, en smijt zich, hoofd vooruit, in zijn computerscherm…
En dan niets meer.
Jawel, reeds voor de tweede keer in mijn korte carrière op WMGGS heb ik gefaald in mijn opdracht als blogschrijver. Ik had het, opnieuw, te druk. Ik zou mij nu uitvoerig kunnen excuseren , en vertellen dat speelpleinwerking, chiro en pianolessen onmogelijk te combineren vallen met het schrijven van een blog. Maar dat doe ik niet (technisch gezien wel natuurlijk, in de vorige regel. Probeer het gewoon te negeren.).
Dit is geen tijd voor excuses. Dit is tijd voor actie. Geen woorden, maar daden. Geen zinnen, maar bikkelharde-recht-in-de-kloten-gemikte oerwaarheden. Het is tijd voor…
WMGGS RELOADED
De voorbije weken heb ik, hoewel het soms misschien niet zo leek, een ware schat aan ideeën opgedaan voor toekomstige WMGGS-posts. Mijn drukke agenda (werken, werken, reizen, werken) belette mij echter telkens om ze ook effectief in praktijk te brengen. Daarnaast belette mijn bankrekening mij ook nog eens om nieuwe cd’s te recenseren en nieuwe concerten te gaan bekijken. Het waren harde tijden.
Of hier nu effectief verandering in zal komen, weet ik niet. Ik ga echter, om zeker te zijn dat er elke week toch iéts verschijnt op deze plek, enkele vaste rubriekjes invoeren. Elke twee weken zal ik hier vanaf volgende week wat er ook gebeurt eén van de volgende onderwerpen loslaten op de wereld:
- De obligate cd-recensie
- Freddie beeldt uit
- Creatief met klank
- E-talking
Wat deze allemaal precies inhouden, zullen jullie zelf kunnen ontdekken op de momenten waarop ik ze effectief in gang trap. De meesten lijken mij echter behoorlijk vanzelfsprekend.
Ik kan niet garanderen dat ik, door onverwachte omstandigheden, alsnog een keertje zal moeten verzaken aan het blogschrijven . Ik beloof jullie echter dat ik steeds mijn uiterste best zal doen om het niet zover te laten komen. En als het dan toch gebeurt, besef dan dat een wekelijkse blogpost niet altijd zo’n makkelijke taak is, en al zeker niet voor iemand met een dergelijk fantastisch sociaal leven als het mijne.
Voor ik jullie deze week verlaat, ga ik toch al een kleine sneak peek geven van één van mijn toekomstige rubriekjes, ‘Freddy beeldt uit’. Mijn gitaar, voor de gelegenheid Freddy gedoopt (naar de in radioheadnerdkringen zeer befaamde ‘ready Freddy’ –quote uit Scotch Mist), zal in deze rubriek telkens al dan niet in chiro-uniform uiterst fotogeniek een beroemde muzikant uitbeelden. Het zal aan jullie zijn om ook elke keer te raden wié hij uitbeeld. Aangezien het deze week de eerste keer is, houd ik het gemakkelijk.
Kauwend op een stuk camembert contempleerde ik enkele muzikale beslommeringen, bijgestaan door mijn goede vriend Sint Vincencius.
“Maar Sint-Vincencius” vroeg ik. “ Wat met de rapmuziek?”
“Niets met de rapmuziek” antwoordde deze. “Tetten en bling bling”.
Tetten en bling bling. Een rake opmerking. Die Sint Vincencius, hij was voor iets heilig verklaard.
Zij het niet voor zijn uiterlijk.
“En Sint Vincencius, wat met muziek in het algemeen?”
“De muziek in het algemeen” sprak Sint Vincencius “kan mijn kloten kussen”. Hij benadrukte dit met een vrolijke heupbeweging, en verlegde het onderwerp naar ernstiger zaken. Een sympathieke denkrimpel verfraaide zijn gelaat.
“Britney Spears daarentegen…”
“Wat met Britney Spears, Sint Vincencius?”
“Tetten en bling bling jongen. Tetten en bling bling”
Sint Vincencius was een man van weinig woorden. Maar een mens hoeft natuurlijk niet altijd veel te zeggen om tot de essentie te komen. Sint Vincencius kwam graag tot de essentie.
“Bon” sprak Sint Vincencius. “Tijd om mij te gaan bezatten”
En met een sympathieke glimlach op zijn gezicht, en Freddy het heilige varken aan de leiband, trapte mijn gesprekspartner het af richting ondergaande noorderzon.
Men kan zich slechtere gesprekspartners voorstellen.
Enkele weken terug zette ik een fascinerend muzikaal-wetenschappelijk experiment op. Mijn twee sympathieke assistenten, Henk en Bertje, werden een volledige week blootgesteld aan respectievelijk hardrock en poprock, in een studie naar ‘de gezondste muzieksmaak’. Beiden kwamen er toen stukken beter uit.
Wat ik echter niet besefte, was dat de naweeën van mijn experiment pas echt duidelijk zouden worden vele weken later. Muziek kan blijkbaar maandenlang nawerken, om te accumuleren tot een verrassend resultaat.
Dames en Heren, ik presenteer jullie:
Henk
en Bertje
Uiteraard doet dit vele boeiende filosofische vragen rijzen als “is muziek dodelijk?”, “moeten er dan geen waarschuwingen op cd’s gekleefd worden?” en “had ik Henk en Bertje dan toch eens water moeten geven?”. Enkel toekomstige academici zullen, via grondige en diepgaande studie, uitsluitsel kunnen geven over dit bizarre fenomeen.
Hulde aan Henk en Bertje, die zich zo nobel hebben opgeofferd in naam van de wetenschap. Vele jaren later zullen ze misschien herinnerd worden als “zij die de mensheid redden van een terminaal ongezonde muziekverslaving”.
Tomorrow comes, sorrow becomes his soul mate
The damage is done, the prodigal son is too late (too late)
- James Blunt, ‘Too Late’
Ja, ik heb een steek laten vallen. Starend naar de klok heb ik, in een vlaag van zinsverbijstering, mijn plicht als blogschrijver vorige week aan mij laten voorbijgaan.
Teveel werk, te weinig tijd, te moe of gewoonweg vergeten:
geen excuses.
Een blogschrijver komt niet te laat. Zelfs in tijden van oorlog en schaarste hoort hij zich, met klavier en beeldbuis onder de arm, aan te sluiten op de noodvoorziening van het plaatselijke ziekenhuis, opdat zijn lezers toch maar niet zonder tekst zouden komen te zitten.
Dat die lezers in zo’n geval waarschijnlijk geen internetverbinding ter beschikking hebben, is bijzaak.
Beste lezers, ik vraag jullie om vergiffenis. Op mijn blote virtuele knieën smeek ik jullie om een tweede kans. Nooit nog zal ik jullie zozeer in de steek laten.
Tenzij ik weer eens geen tijd heb natuurlijk.
Werken op Werchter, deel 4: zondag
Na duivelse donderdag, verrassende vrijdag en zympathieke zaterdag is het eindelijk tijd voor mijn laatste Werchterblog: zalige zondag. Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat in de vorige drie érg lange Werchterblogs vrij veel werk is gekropen. Zoveel werk zelfs, dat ik het niet echt meer kon opbrengen om dit bij mijn vierde blog te evenaren. Daarom ben ik tot het wijze besluit gekomen dat deze vierde blog een heel stuk korter mocht worden. Hieronder: het resultaat.
Panic at the Disco (** ½) deed denken aan Good Charlotte, maar dan zonder de emo-attitude. Waarvoor hulde.
Anouk (***) was de verrassing van de dag.
The Kooks (*) waren dat niet.
Deus (**) speelde te veel op automatische piloot.
Hype van de dag: knappe meisjes met “Free hugs”-bordjes. Bende hippies.
Als bewakers stonden we deze keer aan… de parking, waar we werkelijk niéts, maar dan ook niéts te doen hadden. Bert suggereerde dat we beter een oogje in het zeil konden houden om de vele “Iraki bombers” die het ongetwijfeld op de Werchterse persparking gemunt zouden hebben, tegen te houden. Waakzaam en met een krachtige linkse in de aanslag hielden we ons klaar…
… om uiteindelijk toch tot het besef te komen dat de meeste Iraki bombers hun kruit waarschijnlijk al in Irak hadden verschoten.
Nadat we ons een tijdje bezig hadden gehouden met het uitdenken van enkele briljante filmscenario’s ( met in de hoofdrollen Edward Norton, Bruce Willis, Sharon stone en een pratende ringstaartmaki) passeerde er plots een grijs busje. Een gelaat achter het autoraam kwam mij erg bekend voor.
Ik: “Zeg, dat was Mauro!”
Bert: “Wie is Mauro?”
In ware paparazistijl verliet ik onze zitplaatsen, en trok ik, gsm in de aanslag, naar de busjesparking naast het artiestendorp. En jawel: zowel Mauro als Tom Barman bleken dit specifieke busje als vervoermiddel gekozen te hebben.
*klik*
De rest van de avond ging vrij onspectaculair voorbij. De volgende ochtend werden de tentjes afgebroken, de rugzakken gepakt, en werd de terugreis hervat. Wie denkt dat de reis daarmee ten einde was, zit er echter serieus naast. Het beste moment moest nog komen.
Iemand kwam tijdens de autorit immers op het idee om na vier dagen Werchter “eindelijk eens goede muziek op te leggen”. De raampjes werden opengedraaid, het volume op maximum gezet, en goede muziek in de cdspeler geinjecteerd. Headbangend verlieten we de plek die ons vier dagen aangenaam in de ban had gehouden. Volgend jaar opnieuw? Zeker weten.