Woensdag gastdag


Aangezien dhr. Louis De Geest gisteren te veel materiaal had om in één dinsdag te vatten, neemt hij uitzonderlijk deze gastdag in beslag. Hij brengt vandaag een interview uit de backstage van Werchter.

The National, een Amerikaanse indierockband uit Brooklyn, brak vorig jaar door met hun vierde studio-album ‘Boxer’. Na zeven jaar touren waren ze er dit jaar in geslaagd om een plaatsje te veroveren op Werchter. Ik was present, en wist zanger Matt Berninger te strikken na hun succesvolle liveset. “Touren is fantastisch”

En, goed optreden gehad?

“Een zeer goed zelfs! Wel een stommiteitje begaan. Toen ik het publiek wou doen klappen stond ik met mijn rug naar de drummer, waardoor het ritme van het publiek op den duur volledig naast dat van de drums zat. Probeer dan nog maar eens vlot verder te zingen.”

Zijn jullie op internationale tournee momenteel?

“Ja, we doen nog een paar shows in Engeland en festivals overal in Europa.”

Komen jullie dan ook naar pukkelpop?

“Ik denk het niet… of wacht, misschien wel. Ik heb eerlijk gezegd geen flauw idee (lacht). Ik houd mij daar allemaal niet meer bezig eigenlijk. Op de tourbus zit ik te slapen. Ze maken mij wakker als ik het podium op moet.

Touren is nochtans fantastisch, zeker als er geen vrouw en kinderen thuis op je zitten te wachten. Ik zit ondertussen thuis wel met een vrouw en kind. Nuja, nog niet echt een ‘kind’ eigenlijk. Het moet nog wat groeien. Het is ongeveer zo groot momenteel (toont met hand de grootte van een tennisbal).”

En wat vind je vrouw van dat touren?

“Ze zou natuurlijk graag hebben dat ik wat meer thuis was, maar ze gunt het mij. Zelf is ze schrijfster, en ze vindt het fantastisch dat nu doorgebroken zijn. Als je dit soort kansen krijgt moet je ze gewoon grijpen.”

Touren heeft waarschijnlijk ook het voordeel dat je alles voor jou kan laten doen. Hebben jullie bijvoorbeeld rare requests op jullie rider staan?

“Niet echt, nee. Gewoon een hoop drank, en bananen. Wilco, vrienden van ons, hebben wel een behoorlijk gekke rider. Ze vragen altijd of er voor het optreden een puppy in hun kleedkamer aanwezig kan zijn. Het enthousiasme van dat beestje zou zo ‘kunnen afstralen op de bandleden’. Het is eigenlijk als grap bedoeld, maar er zijn effectief plaatsen waar ze zo’n beestje krijgen (lacht).”

Jullie hebben ondertussen al vier platen uit. Is er een truc om als band na al die tijd nog vlot te blijven samenwerken?

“Dat lukt ons vooral door de manier waarop we onze songs maken. Meestal beginnen we aan een song met allemaal verschillende ideetjes van alle bandleden, die we dan proberen omvormen tot een samenhangend geheel. Dat kan erg moeilijk zijn, maar zo weet je zeker dat je iets unieks aan het maken bent. En achteraf is iedereen blij, omdat we allemaal een belangrijk deel aan de song hebben bijgedragen.

De reden waarom we zo’n succesvolle band zijn is volgens mij ook dat we minstens de helft van de songs die we schrijven gewoon weer weggooien. We kunnen ook een jaar zitten schrijven aan één song, gewoon omdat we weten dat er meer in zit. We moeten soms wel twintig verschillende dingen met een song proberen voor ze eindelijk ‘af’ is.”

Ben je van plan om hier voor de rest van je leven mee door te gaan?

“Als ik die mogelijkheid krijg: zonder twijfel.”

Reageer