In de studio met Coldplay

 

Coldplay en hun nieuwste plaat waren de voorbije week met geen baseballknuppel uit de media weg te slaan. Gezien het vrij grote succes van hun vorige platen was dat eigenlijk niet meer dan normaal. De zoektocht naar een nieuwe sound, de karaktertrekken van de bandleden, alle mogelijke details zouden meer dan uitvoerig aan bod komen. Coldplay in HUMO over hun nieuwste plaat: “ons nieuwe groepsgeluid is een kleine revolutie”.

 

Er ging een heel arsenaal aan promotiestunts aan vooraf, maar sinds vorige week kunnen we ons eindelijk zelf een mening vormen over ‘Viva La Vida Or Death And All His Friends’, de nieuwste plaat van Coldplay. De grote media-aandacht rond de release had het voordeel dat we meermaals een blik konden werpen achter de schermen van het ontstaansproces van de cd. En dat bleek behoorlijk boeiend. Hieronder: drie zaken die van essentieel belang bleken voor het ontstaan van de nieuwe Coldplay-cd.

 

1. De producer

 

Brian Eno was deze keer uitverkoren om Coldplay’s opnameproces in goede banen te leiden. De man, bekend van zijn werk met onder meer U2 en The Talking Heads, bleek er niet alleen bijgehaald te zijn vanwege zijn indrukwekkende palmares. Zijn unieke werkmethode moest er namelijk voor zorgen dat Coldplay een volledig nieuwe sound zou kunnen ontwikkelen. Eno moest Coldplay naar een hoger niveau tillen, en deed dat voornamelijk door hen af te breken: “Jullie songs zijn te lang, jullie vallen te veel in herhaling. Groots staat niet gelijk aan goed, en jullie lyrics kunnen beter”. Alles wat te veel “als Coldplay klonk”, werd weggesmeten. Ook de songstructuur mocht eraan geloven. Dat verschillende songs op de nieuwe plaat niet het traditionele vers-refrein, vers-refrein volgen, is voornamelijk op zijn conto te schrijven.

 

Eno’s werkmethode bleek niet alleen uniek, maar ook bijzonder bizar. De eerste weken mocht Coldplay zich bezighouden met “muzikale gymnastiek”, om zich te bevrijden van hun oude sound. De muzikanten mochten ook al eens wisselen van instrument, om hun muzikale experimenteerfase te herontdekken. Bovendien wiste Eno doorheen het opnameproces een groot aantal songs, gewoon omdat ze niet de richting uitgingen die hij voor ogen had. We kunnen alleen maar hopen dat hij geen klassiekers heeft weggegooid, al zit dat er waarschijnlijk wel dik in. Zijn muzieksmaak is namelijk niet dezelfde als die van de rest van de wereld, en het is al meer voorgekomen dat op het eerste zicht onbelangrijke songs na release groot succes bleken te hebben. ‘The sweetest thing’ van U2 en ‘Kung fu fighting’ van The Beach Boys zijn voorbeelden van B-sides die na hun release minstens even goed onthaald werden als hun single. Coldplay zag gelukkig ook in dat Brian Eno niet áltijd gelijk kon hebben. Zo zal de instrumentale intro van ‘Viva la vida’ op hun volgende plaat als full-song version verschijnen.

 

2. De invloeden

 

Coldplay heeft al meermaals benadrukt dat hun muziek helemaal niet zo origineel is. Vaak beginnen ze met een song van een andere groep in gedachte gewoon iets gelijkaardigs te spelen, in de hoop dat daar een unieke, even krachtige song uit voortkomt (iets wat ze gemeen hebben met de Rolling Stones trouwens). In interviews kwam zo een ontzettend wijd scala aan invloeden naar boven. Waar hun eerste cd vooral beïnvloed werd door Jeff Buckley en Radiohead, hun tweede door Echo & The Bunnymen, en hun derde door hun twee vorige platen, is de vierde volgens henzelf een samenraapsel geworden van Blur, Velvet underground, Johnny Cash, Donna Summer, Kanye West, The Golden Gate Singers (een barbershopgroep uit de jaren ’20) en zelfs Rammstein. Dat wordt uitkijken naar Chris Martin’s eerste vuurspuwact.

 

3. De critici

 

Eén van de harde kanten van het artiestenbestaan, is dat een cd na de release puur op basis van de muzieksmaak van één persoon (de criticus) de grond in geboord kan worden. Precies dat gebeurde in 2005, na de release van Coldplay’s derde album, ‘X&Y’. Hoewel ondermeer NME en Q de cd de hemel in prezen, omschreef de New York Times Coldplay toen als “the most insufferable band of the decade”. Chris Martin was het echter op veel vlakken eens met de kritiek van de New York Times, en deze zou zo mee aan de basis liggen van de meer experimentele richting die Coldplay nu is uitgegaan. Zoals Chris Martin het zelf verwoordde in muziekblad Rolling Stone: “When you do something that some people don’t like quite so much, then you are free again. Your whole canvas is open. You don’t have to fall back on piano, we don’t have to fall back on falsetto, you don’t have to fall back on every song being a yearning love song.”

Er valt echter een staartje te breien aan het verhaal van 2005. Het lijkt zich namelijk te herhalen. In de Britse krant ‘The Independent’ werd Coldplay omschreven als “pompeuze, melige en ondraaglijke rommel” en hun nieuwste cd als “de nieuwe Gouden Standaard voor Middelmatige Muziek”. Dit vooral vanwege inhoudelijke leegheid van de Coldplayteksten en het gebrek aan ‘weerhaakjes’ in hun muziek. Het is Coldplay dus niet gelukt om hun zwaarste critici over stag te doen gaan. Maar dat hoeft ook niet natuurlijk. Smaken verschillen, en vele anderen zullen ongehinderd toch met veel plezier Coldplayplaatjes blijven opleggen.

 

Ik heb de volledige cd jammer genoeg nog niet kunnen beluisteren, ‘Viollet Hill’ klinkt alvast vrij goed, ‘Viva La Vida’ misschien toch weer iets te mak. Maar ik mag ze wel, die experimenterende superbands.

 

En als uitsmijter: het exclusief voor youtube opgenomen clipje van huidige single ‘Violett Hill’. Lachen!

 

 

Reageer