Gensche Fieste

juli 24, 2008 by wmggs

Het is weer donderdag en ik begon bijna te vrezen dat ik de enige post deze week ging zijn maar blijkbaar heeft Louis toch nog tijd gevonden om zijn Werchterverslag verder te zetten. Zo tussen een groep Chirokindjes verdient dat alleen maar respect!

Het zijn dus Gentse Feesten en dat betekent vooral slaaptekorten die een plaatsje verdienen in het Guiness worldrecordboek. Gelukkig (alhoewel, bij momenten iets minder) betekent dat ook héél véél muziek.  Als gevolg van het eerstgenoemde ga ik hier een beetje aan bladvulling doen terwijl het toch nog min of meer informatief blijft.

- Louis vond dat ik de muziek van het vuurwerk moest analyseren.  Mijn analyse is echter veel te kort om een hele post mee te vullen aangezien de vuurwerkmuziek samen te vatten is in twee à drie woorden (hangt af van de manier waarop je telt): avant-gardistische nonsens. Volgens mij hebben ze’t einde van het vuurwerk trouwens een paar dagen uitgesteld.  Wel jammer dat er een hamburgertentje voor moest afbranden en er een paar gewonden bij vielen maar spektakel is het wel!

- Ik heb mijn record Eddy-Wally-aanhoren gebroken. Vorige keer (twee jaar geleden) ben ik na precies 35 minuten op de vlucht geslagen, deze keer heb ik het helemaal tot de laatste noten kunnen uithouden. (hoe weet ik nog altijd niet, vermoedelijk door mijn kortetermijngeheugen tijdelijk uit te schakelen of zoiets) Wat hebben we onthouden van Eddy Wally en zijn voorprogramma Sam Gooris? (het kan trouwens echt geen toeval zijn dat je daar het anagram “Sam is goor” van kan maken) Als je al je hits al eens gespeeld hebt en je toch nog terug wil komen voor een bisnummer speel je gewoon je nieuwste nummer nog eens. En nog eens. En waarom niet: nog eens.  En alsof dat dat nog niet genoeg was spelen we het nog eens. Sjalala nog aan toe!

- Mensen die we ondertussen al meerdere keren tegengekomen zijn: het Cyclown Circus. Een jazzbandje dat al een paar duizenden kilometers gefietst heeft blijkbaar! Meestal staan er wel een paar (min of meer beschonken) mensen vooraan bij te dansen dus redelijk sfeervolle straatmuziek! Ze verkopen ook cd’tjes die gewoon op cd-r’s gebrand zijn maar dit geheel terzijde.

- Verder heb ik om redenen die mij voorlopig nog te boven gaan zin om eens naar een folkdansinitiatie te gaan maar of dat er van gaat komen valt nog te bezien.

De song van de week is tevens de nieuwe single van The Blackbox Revelation. Set your Head on Fire heeft een heerlijk rifje, ditto drum en een uiterst plezant solotje! De live-versie van Werchter klonk overigens ook schitterend! Die moet bij gevolg ergens op de site van Stubru te horen zijn maar waar precies moet je zelf maar zoeken, slaaptekort etc.

Werken op Werchter, deel II: vrijdag

juli 22, 2008 by wmggs

Wakker worden om 8 uur als je om 4 uur gaan slapen bent, is geen aangename ervaring. Op de crewcamping was het echter vaste koek. Aangezien er drie verschillende shifts op dezelfde camping slapen, viel er niet aan het kabaal te ontkomen, en al zeker niet rond 8-9 uur.

Opstaan dan maar. De mogelijkheid om ons te gaan wassen bestond: de crewcamping had vrij veel vrij propere douches. Toch besloten we dat over te slaan en ons richting wei te begeven. We zagen er nog steeds vrij gezond uit.

Na een kort maar stevig ontbijt (danku festivalitis!) waren we klaar voor het eerste optreden. Dat zouden The Black Box Revelation (***) worden, de twee erg jonge (resp. 16 & 18 jaar) Rock Rally finalisten van 2006.

Ze vlogen er stevig in. Hoewel openen normaal gezien een ondankbare opdracht is, slaagden ze er toch vlot in om redelijk wat enthousiast publiek voor zich te krijgen. De hyperkinetische drummer en charismatische gitarist/zanger brachten rechttoe rechtaan rock, die deed denken aan Iggy pop en Admiral Freebee. Hun podiumpresence zat goed, en naast een aantal reeds bekende hits, hadden ze nog een heel arsenaal razend aanstekelijke riffs in petto. Een goed begin van de dag.

Vervolgens kregen we Monza (**) voorgeschoteld.

Hun nieuwste cd had mij niet bepaald weten te overtuigen, maar live was ik er al een tijdje fan van. En wat ik al langer wist, werd opnieuw bevestigd: ze wisten live een unieke, vrij creepy atmosfeer neer te zetten. Zelfs nummers als ‘Tanken in Luxemburg’ bleken live erg beklijvend. Alleen jammer van het vroege uur: Monza brengt nachtmuziek, en het publiek had er geen zin in. Dan maar eens gaan herbekijken op de Gentse Feesten.

De laatste act die we die dag tijdens onze vrije uren zouden zien, was Slayer (**). Veel geschreeuw, ritmewisselingen, en preken over oorlog en haat voor religie. De zanger was duidelijk boos. Misschien had iemand die ochtend zijn favoriete plectrum gestolen? Of was hij een paar minuten eerder hoofd vooruit in een artiestentoilet gesukkeld? Wie zal het zeggen. Ik werd er niet echt enthousiast van, maar ben vrij zeker dat het voor een metal-act nog erg goed gebracht was. Ze hadden alleszins genoeg publiek.

En dan was het weer tijd voor de werkshift. Deze keer waren we mooi om halfzes aan de container. Na gisteren waren mijn verwachtten hoog gespannen. Ze werden deels ingelost: we kregen een plekje in het artiestendorp.

Niet zo’n bijster interessant plekje, bleek na een tijdje. Ik was samen met Jonathan neergepoot in een verre uithoek, waar nauwelijks artiesten langskwamen. Naast de reusachtige cateringfrigo (een container op zich), en vlak voor de minst gebruikte ingang tot het dorp. De mannen van de shift vóór ons hadden ons gewaarschuwd: “er is hier misschien zes man gepasseerd!”. Tijdens onze shift passeerden er niet veel meer mensen. Onze verveling was op een bepaald moment zo ver gevorderd dat we een gesprek aanknoopten met een mooie bruine kever (***). Hij zei helaas niet veel terug, en vloog na een tijdje ook weer weg. Bert en Michiel wisten ons ondertussen meermaals te melden dat het bij hen een stuk interessanter was. Zowel Duffy als de zanger van Air Traffic waren hen onder anderen voorbij gekomen. Bert was er sterk van overtuigd dat Duffy een oogje op hem had. Een echte player, die Bert.

En dan, na een paar uur filosoferen over diepzinnige kwesties met milde humoristische toets, kwam er toch nog eens een artiest ons blikveld binnen. Niemand minder dan Stef Kamil Carlens van Zita Swoon, die niet veel later in de Marquee zou moeten spelen.

Ik ontdekte dat het vrij onbeleefd aanvoelt om een artiest om een foto te vragen in het artiestendorp. Mijn gsm/camera zou netjes opgeborgen worden voor de rest van de avond.

Zitten deden we, en zitten zouden we blijven doen. We konden het concert van The Verve vaag horen op de achtergrond. Het klonk niet zo best, maar dat kan zeker aan onze slechte positionering gelegen hebben.

Toen Neil Young uiteindelijk zijn set in gang zette, besloot Jonathan dat het toch eens tijd werd om een streepje muziek van dichtbij mee te gaan maken. Hij verliet onze post, en ik bleef alleen achter. Tien minuten later kwam hij terug, met de melding dat het een fantastisch concert was. We wisselden van plaats, en ik trok naar Neil Young. Het was inderdaad een fantastisch concert.

Het zag er ronduit spectaculair uit: een man van boven de zestig harder te zien rocken dan de meeste bands met twintigjarigen. Ook zijn begeleidingsband bestond voor een groot deel uit mensen van de derde leeftijd. Het klonk ontzettend goed. Neil was naar het schijnt weer beginnen touren uit financiële noodzaak. Je kon hier echter duidelijk zien dat hij zich ook gewoon hard amuseerde op een podium. Een plezier voor oog en oor.

Dankzij twee vriendelijke kerels van de nachtshift zouden Jonathan en ik ook nog het grootste deel van Moby (***) kunnen gaan bekijken. Die had voor de gelegenheid een ‘live:remixed’ –set in elkaar gestoken. Wat dat inhield? De volledige eerste cd van Moby, maar dan in een soort danceversie (te vergelijken met wat de heren van Soulwax gedaan hebben met hun laatste cd). Dit alles werd gebracht door een zangeres met een stem als een klok, en een hyperkinetische Moby, die zowel een deel percussie, gitaar en toetsen voor zijn rekening nam.

Na de terugkeer naar onze zitjes in het artiestendorp kregen we ook nog even bezoek van Jan Paternoster, de zanger van The Blackbox Revelation. Hij begroette ons als “de wachters van het paradijs” en vroeg of wij over de biervoorraad waakten (we zaten naast de frigo). Iemand van de catering gidste hem rond in de cateringfrigo, en even later keerde Jan Paternoster uiterst vrolijk terug met verschillende palletten pils in zijn handen. Rock & Roll!

And now for something completely different.

juli 17, 2008 by wmggs

“Zeer toepasselijke titel na twee dagen werchterverslag, Bram… lang over moeten nadenken?”

Wel, eigenijk sloeg het op iets helemaal anders maar als je het zo bekijkt is hij inderdaad ook toepasselijk. Ik ga namelijk iets bizars doen. Een filmbespreking.
Een filmbespreking? Op een muziekblog?

*iedereen loopt “MUSICAL!!!!” gillend weg*

Shit, verkeerde introductie, de film die ik ging bespreken is namelijk allesbehalve een musical.

*iedereen komt voorzichtig terug kijken*

Mocht “Black Snake Moan” echt een musical geweest zijn dan zou Justin Timberlake, die een bijrolletje speelt, zeker en vast in zingen uitgebarsten zijn! Owkay, het is niet omdat hij dat niet doet dat het daarom geen musical zou kunnen zijn maar je zal mij maar op mijn woord moeten geloven voorlopig.

Waarom zou ik deze film dan wel willen bespreken? Omdat het een bluesfilm is.  Dat betekent dus héél veel blues en ja ook een beetje gezang.

- Iedereen: “Ziede wel! Musical!” *iedereen loopt weer gillend weg*

Hey! Het is functioneel gezang, niet een om de 5 seconden just for the hell of it in zingen uitbarsten. Ik zal het u uitleggen. Samuel L. Jackson speelt een oude blueszanger en zoals dat gaat met blueszangers spelen die wel eens een liedje. Bij gevolg wordt er dus ook wel eens gezongen. Den Samuel doet dat overigens helemaal zelf (dus geen stemvervanger) en hij doet dat uitstekend!

*iedereen komt gerustgesteld weer terug*

Bon! Mag ik nu eindelijk beginnen?

Het verhaal (in’t kort)

Jackson speelt dus een bluesgitarist die het een beetje lastig heeft de laatste tijd. (vrouw heeft hem in de steek gelaten enzo, perfecte inspiratie voor een paar bluesnummers dus!) Op een dag vindt hij een voor dood achtergelaten blondje (gespeeld door Christina Ricci) voor zijn deur die na enige navraag in het dorp nogal nymfomaan blijkt te zijn. Lazarus (het personage van Samuel) besluit haar te helpen om weer op het rechte pad te komen met behulp van, jawel, de blues!

Aanrader?
Muzikaal gezien zeker als je wel af en toe eens graag een blueske hoort, de film zit namelijk, mocht het nog niet duidelijk zijn, barstensvol met bluesnummers. Als ik ergens de soundtrack op cd zou tegenkomen dan koop ik hem! Zeker aan te raden voor diegenen die Samuel L. (en in veel mindere mate Christina ook) eens willen horen zingen. Het verhaal is nu niet van het type “Whoa, geniaal!” maar het is nog te pruimen. Volgens mij ook goed om te zetten in een bluessong, dat verhaal. Jackson speelt zoals altijd weer een coole neger ( hij is het ook gewoon) en Christina zet een puike prestatie neer als zijn tegenspeelster.  Ze is trouwens voorzien van een mooi paar borsten, die een paar keer in volle glorie te zien zijn, maar dit geheel terzijde en volledig naast de kwestie uiteraard! Ook Justin Timberlake (als het vriendje van Ricci) doet dat goed alhoewel hij misschien een beetje getypecast is als iemand die last heeft van angstaanvallen maar soit. (niet dat ik informatie heb over het feit of Justin daar last van heeft maar hij ziet er gewoon zo uit vind ik)

Bram zegt dus: “Gaat dat zien!” (op dvd want hij is al van 2006 en dus bijlange niet meer in de cinema)

De song van de week ANJ - Gorbatchev is eigenlijk meer het clipje van de week. Dit moet zowat het coolste en meest over the top-clipje zijn dat ik in eeuwen gezien heb! :D Het gaat inderdaad over de mens met de wijnvlek die ooit president van Rusland geweest is en als ik het goed heb is’t een ode alhoewel ik niet zo veel van den tekst versta.


(dit stond inderdaad ook al in de Humo van deze week vermeld maar ik heb het daar dus niet van, mijn informatiekanalen hadden dit filmpje al een paar dagen eerder opgemerkt!)

Woensdag gastdag

juli 16, 2008 by wmggs
 
Aangezien dhr. Louis De Geest gisteren te veel materiaal had om in één dinsdag te vatten, neemt hij uitzonderlijk deze gastdag in beslag. Hij brengt vandaag een interview uit de backstage van Werchter.
 
The National, een Amerikaanse indierockband uit Brooklyn, brak vorig jaar door met hun vierde studio-album ‘Boxer’. Na zeven jaar touren waren ze er dit jaar in geslaagd om een plaatsje te veroveren op Werchter. Ik was present, en wist zanger Matt Berninger te strikken na hun succesvolle liveset. “Touren is fantastisch”

 

 

En, goed optreden gehad?

“Een zeer goed zelfs! Wel een stommiteitje begaan. Toen ik het publiek wou doen klappen stond ik met mijn rug naar de drummer, waardoor het ritme van het publiek op den duur volledig naast dat van de drums zat. Probeer dan nog maar eens vlot verder te zingen.”

Zijn jullie op internationale tournee momenteel?

“Ja, we doen nog een paar shows in Engeland en festivals overal in Europa.”

Komen jullie dan ook naar pukkelpop?

“Ik denk het niet… of wacht, misschien wel. Ik heb eerlijk gezegd geen flauw idee (lacht). Ik houd mij daar allemaal niet meer bezig eigenlijk. Op de tourbus zit ik te slapen. Ze maken mij wakker als ik het podium op moet.

Touren is nochtans fantastisch, zeker als er geen vrouw en kinderen thuis op je zitten te wachten. Ik zit ondertussen thuis wel met een vrouw en kind. Nuja, nog niet echt een ‘kind’ eigenlijk. Het moet nog wat groeien. Het is ongeveer zo groot momenteel (toont met hand de grootte van een tennisbal).”

En wat vind je vrouw van dat touren?

“Ze zou natuurlijk graag hebben dat ik wat meer thuis was, maar ze gunt het mij. Zelf is ze schrijfster, en ze vindt het fantastisch dat nu doorgebroken zijn. Als je dit soort kansen krijgt moet je ze gewoon grijpen.”

Touren heeft waarschijnlijk ook het voordeel dat je alles voor jou kan laten doen. Hebben jullie bijvoorbeeld rare requests op jullie rider staan?

“Niet echt, nee. Gewoon een hoop drank, en bananen. Wilco, vrienden van ons, hebben wel een behoorlijk gekke rider. Ze vragen altijd of er voor het optreden een puppy in hun kleedkamer aanwezig kan zijn. Het enthousiasme van dat beestje zou zo ‘kunnen afstralen op de bandleden’. Het is eigenlijk als grap bedoeld, maar er zijn effectief plaatsen waar ze zo’n beestje krijgen (lacht).”

Jullie hebben ondertussen al vier platen uit. Is er een truc om als band na al die tijd nog vlot te blijven samenwerken?

“Dat lukt ons vooral door de manier waarop we onze songs maken. Meestal beginnen we aan een song met allemaal verschillende ideetjes van alle bandleden, die we dan proberen omvormen tot een samenhangend geheel. Dat kan erg moeilijk zijn, maar zo weet je zeker dat je iets unieks aan het maken bent. En achteraf is iedereen blij, omdat we allemaal een belangrijk deel aan de song hebben bijgedragen.

De reden waarom we zo’n succesvolle band zijn is volgens mij ook dat we minstens de helft van de songs die we schrijven gewoon weer weggooien. We kunnen ook een jaar zitten schrijven aan één song, gewoon omdat we weten dat er meer in zit. We moeten soms wel twintig verschillende dingen met een song proberen voor ze eindelijk ‘af’ is.”

Ben je van plan om hier voor de rest van je leven mee door te gaan?

“Als ik die mogelijkheid krijg: zonder twijfel.”

 

Werken op Werchter, deel I

juli 15, 2008 by wmggs

  
Rock Werchter had dit jaar weer eens een uitstekende affiche. Radiohead, Neil Young, dEUS en vele andere bands beloofden van deze editie een onvergetelijke ervaring te maken. Toch beslisten veel mensen om dit jaar niét naar Werchter te gaan vanwege de hoge ticketprijzen. Met een beetje geluk en goede wil kon je er echter ook gratis naartoe. Ik beleefde Werchter 2008 als betaalde vrijwilliger. Werken op Werchter: een verslag.

Rock Werchter is een begrip. Al meerdere jaren op rij uitgeroepen tot beste festival ter wereld, en voor vele Belgische studenten dé ideale manier om de examenstress van zich af te schudden. De laatste jaren zijn de ticketprijzen van het evenement echter gestaag omhoog gegaan, waardoor veel mensen moesten afhaken. Ook ik had het festival om die reden al een tijd gewoon aan mij laten voorbijgaan.

Dit jaar had ik echter geluk. Eén van mijn vrienden was al een paar jaar aan het werk als ‘security’ op Werchter, en wist mij te vertellen dat binnenraken als vrijwilliger eigenlijk vrij gemakkelijk was. Je moest je gewoon inschrijven op de site van Festivalitis, één van de vrijwilligerorganisaties voor festivals. Ik schreef mij in, en met succes: ik kreeg een telefoontje van Festivalitis om te bevestigen dat ik was aangenomen, samen met drie van mijn vrienden. We zouden met ons vieren voor de duur van het festival een ontzettend plezierig team gaan vormen.

D-Day

Donderdag 3 juli was het zover. We verzamelden aan het huis van een van ons in St. Denijs, en stapten daar vervolgens in de auto. Festivalitis verwachtte ons om half zes aan de dorpskern van Betekom, een buurgemeente van Werchter. De rit zou volgens mappy anderhalf uur in beslag nemen. Door te vertrekken om 3 uur zouden we er zeker op tijd raken.

Al diegenen met een beetje levenservaring weten het echter ongetwijfeld al: er zijn geen zekerheden in het leven. Op weg naar Werchter kwamen we terecht in een heuse Werchter-file, waardoor we uiteindelijk maar nipt op tijd in Betekom zouden toekomen.

Even later kwam ook een verantwoordelijke van het Festivalitis-team toe. Ze deelde ons onze bandjes uit, en nam ons op sleeptouw naar de Werchtercamping voor de crew. We kregen onze tentjes nog voor zes uur opgezet, en ons festival kon eindelijk van start gaan.

Ons ‘team’ bestond zoals reeds gezegd uit 4 mensen. We zouden, mede dankzij onze festivalbaas Roel, gedurende het hele festival samen aan bewaking kunnen doen.

Die vier teamleden waren Jonathan,

Michiel,

Bert,

en mijzelf.

Door het opzetten van onze tenten kwamen we iets te laat toe bij ‘de container’, de verzamelplaats voor vrijwilligers. Alle andere vrijwilligers waren reeds samen met baas Roel vertrokken om ingewijd te worden in de wereld van een Werchterbewaker. Dit zou echter een geluk bij een ongeluk blijken, want toen Roel terug bij ons was, besloot hij ons back –en frontstagedienst te geven aan de Marquee.

Dat kwam hier op neer: Jonathan en Bert konden al ‘bewakend’ alle optredens volgen in de tent zelf, en Michiel en ik zouden backstage onbevoegden uit de buurt moeten houden. We hadden al vlug door dat die job het grootste deel van de tijd niet veel meer inhield dan een oefening in tuinstoelzitten.

 

 Onze job mocht dan niet veel voorstellen, we zaten wel op de ideale plek om aan celebrityspotting te doen. En jawel hoor, na het optreden van Vampire Weekend verschenen niets minder dan…

De instrumentenkisten van Vampire Weekend op het podium! Vreugde was ons deel. Toen even later ook drie verdacht bekend aandoende mannen naast ons backstagepodium verschenen, waagde ik mijn kans, en vroeg ik om een foto.

Zij: “Off course you can take a picture! But you do know we’re only roadies, right?”

Ik: “Well, you look like someone really famous, so I’ll take a picture just in case.”

Het waren effectief roadies.

Even later, toen Michiel en ik een beetje aan het rondstruinen waren op het backstagepodium, kwamen er echter een man en een vrouw naar ons toe om een praatje te slaan. Het bleken zowaar de manager van Modern Skirts en zijn echtgenote te zijn. Modern Skirts was de band die voor Vampire Weekend in de Marquee had gestaan. Neen, ik had er ook nog nooit van gehoord.

Manager MS: “ Dat is vrij normaal. We touren nu al een jaar in de VS, maar dit is hun eerste internationale tournee. Eigenlijk zijn we hier terecht gekomen dankzij R.E.M. . Modern Skirts en R.E.M. komen namelijk alletwee uit dezelfde stad. R.E.M. bleek fan van hen te zijn, dus namen ze ons mee op tour.”

En valt het mee, zo’n eerste grote tour?

“ Het is allemaal nogal overdonderend eigenlijk. Gisteren heeft de band bijvoorbeeld in Amsterdam gespeeld, voor een publiek van 20.000 mensen. Daar kwam bovenop dat Modern Skirts daar rondliep tussen bands als Radiohead en R.E.M. Ze wisten niet waar ze het hadden! De zanger heeft zich van de zenuwen ladderzat gedronken. Ze hebben hem moeten buitendrágen!”

Dan zal op Werchter optreden ook niet zo makkelijk geweest zijn.

“Oh, jawel hoor. Ze liepen het podium op alsof het niets was. Het is ook maar een publiek van 10.000 man natuurlijk.”

Heb je als manager een plan uitgewerkt om de groep gelanceerd te krijgen?

“ We proberen nu vooral mond-aan-mond reclame te maken bij mensen die we plaatselijk tegenkomen. Als die allemaal onze muziek downloaden van Itunes, en ze weer tippen aan anderen, raken we hopelijk gelanceerd.

Bovendien heeft R.E.M. al eens een groep meegenomen op tournee: The National . Die zijn nu doorgebroken. We hopen op hetzelfde (lacht).”

Na nog wat gepraat te hebben over de verschillen tussen Amerika en Europa moesten ze ons helaas verlaten. Michiel en ik kregen alletwee Modern Skirts’ maxisingle mee, en omdat ik hen had verteld dat ik al eens een festival georganiseerd had, gaven ze mij ook hun naamkaartje. “Bel maar als je er nog eens één organiseert. Als we in de buurt zijn, komen we zeker spelen.”

Mijn avond was goed. Een gesprek met de manager van een band! Een klein bandje weliswaar, maar desalniettemin een leuke ervaring. Modern Skirts heeft een heel sympathiek management, neem dat van mij aan.

Even na dit gesprek begon The National, een band die onlangs was doorgebroken met hun vierde album “Boxer”. Volgens Jonathan en Bert zetten ze een heel goede set neer.

Wij zaten jammer genoeg backstage, en hoorden of zagen er weinig van. Ik had zelf echter op voorhand al een paar nummers van The National beluisterd, en vond het heel goede muziek. Om die reden had ik besloten om na hun set een foto met hen te proberen vast te krijgen. Dat lukte mij wonderwel. Omdat ik geen flauw idee hoe The National er uitzag, stapte ik na het optreden op de eerste de beste persoon af. Het bleek zanger Matt Berninger te zijn, die maar al te graag een praatje sloeg.

Later die avond kregen we nog de kans om Soulwax on stage mee te maken. Er passeerden ook nog een hele rits bekende koppen langs onze tuinstoeltjes, en Lenny Kravitz wist vanop de mainstage onze oren te bereiken met een heel goede set. Ik moet zeggen, het was verdomd plezant dagje. Dit kon ik zo nog wel een paar dagen volhouden. En dat zou ik uiteraard ook doen.

Morgen: interview met Matt Berninger (The National).
Volgende week: ‘Werken op Werchter’ , deel II: Vrijdag.

CD Review: Narrow Stairs

juli 13, 2008 by wmggs

Gegroet trouwe lezer. Ja, de afgelopen weken was er niet erg veel te beleven op zondag wegens pure luiheid van mijnentwege. Deze week probeer ik dat goed te maken door een belofte te vervullen die ik een hele tijd geleden maakte: een cd-bespreking van “Narrow Stairs”, de laatste Death Cab for Cutie-plaat. Eindelijk!

Vals alarm

Zoals ik enkele weken geleden al berichtte zwerfde er sinds april al een “gelekte versie” van Narrow Stairs over het internet, die helaas een grap bleek te zijn. Na wat zoekwerk vond ik uiteindelijk de echte plaat en guess what, die vervalsing bleek een goede voorbode te zijn van wat komen moest. Met Narrow Stairs grijpt DCFC inderdaad terug naar hun iets oudere, somberdere werk.

Dus wie zijn Death Cab for Cutie eigenlijk? De band werd opgericht in 1997 door zanger/songwriter Ben Gibbard. Wat volgde was een klassiek verhaal: de plaat brengt een 3-tal platen uit op independant labels, bouwt een schare hondstrouwe fans op, waarna schiet in 2004 ineens raak. Het album Transatlanticism vindt zijn weg naar de hitlijsten en groep wordt gepromoveerd naar een Major label (Altantic Records). Een jaar later komt Plans uit. Het album scoort vrij goed, en vooral de single “Soul Meets Body” ziet erg veel airplay.

Een Grammy-nominatie volgt. Het moet echter gezegd, het album is niet eens hun beste plaat en laat een stukken vrolijker beeld zien dat wat de band de jaren voordien getoond had. Waren onze helden gezwicht voor de commercie?

Back to the future

Wel, beginnen doet Narrow Stairs alvast op dezelfde wijze als Plans: met een trage opbouw en een verwijzing naar een plaatsnaam. “Brixbie Canyon Bridge” bouwt echter lekker steil op naar een heerlijke climax en zet meteen de toon voor de rest van het album, nl. heerlijke luistermuziek met de frêle stem van Gibbard erover, maar dan met voldoende angels erin om een blijvende indruk te laten. “I Will Possess Your Heart” accentueert dit volkomen, met een bijzonder lange intro die een verslavend baslijntje bevat dat zeker zal blijven plakken. Nadien volgen eerder klassieke DCFC-tracks, steeds vergezeld van slimme lyrics en catchy refreintjes. Zo klinkt “No Sunlight” opvallend vrolijk voor nummer dat gaat over het verliezen van je optimisme. Ook behandelt de groep dezelfde thema’s als weleer, zoals bijvoorbeeld in de nieuwe single “Cath…”, waarin Ben Gibbard verwijst naar een huwelijk met de verkeerde - een verhaal dat ook op voorgaande platen verteld werd. Echter, de pure pracht van het nummer laat toe dit met de mantel der liefde te bedekken.

Na dit nummer enkele valse noten helaas, met 2 tracks (Talking Bird, You Can Do Better Than Me) die ze voor mijn part net zo goed voor zichzelf hadden mogen houden. Vulmateriaal, je vindt het op zoveel platen en ook DCFC slaagt er blijkbaar ditmaal niet in om 11 goede nummer naeen te schrijven. Het zij zo! Maar gelukkig is er beterschap. Na even door te skippen komt immers “Grapevine Fires” ter mijne oren, wat mij betreft het sterkste nummer van de plaat en meteen één van de beste Death Cab nummers totnogtoe. Een sluimerend tempo, slimme lyrics en een melodie die dagen in je hoofd blijft sluipen. Loving it! “Your Twin Sized Bed” kan niet toppen aan dit stukje kleinkunst maar krijgt alsnog hoge punten als voorbeeldig pop-trackje. Eenvoudig, maar leuk. Groot contrast met “Long Division”, dat dan weer getuigt van een aardig staaltje song-structuur-knutselen. “Pity and Fear” boeit weinig en faalt waar Brixbie Canyon Bridge slaagde: een trage opbouw naar een uitbundig einde. Besluiten doet de groep op zijn somberst, met het enkel op gitaar begeleide “The Ice is Getting Thinner”. Aangrijpende lyrics en nog een laatste maal de zeemzoete stem van Ben Gibbard laten ons verweesd achter na een kleine drie kwartier luistergenot.

Mission accomplished?

Met Narrow Stairs kiest Death Cab for Cutie terug voor zijn oude recepten van weemoed en melancholie met toch steeds dat sprankeltje hoop aan de horizon. Het plaatje is een heel pak duisterder dan wat we te horen krijgen op “Plans”, maar zeker een plaats in uw living waard. Oude fans krijgen een iets vertrouwdere DCFC te zien en kunnen dit enkel met gejuich onthalen, terwijl de mensen die pas bij “Plans” ingeschakelden te zien krijgen waar de band werkelijk toe in staat is. Ik ben alvast weer gerustgesteld voor een tijdje.

- The Ice Is Getting Thinner (3:45)

01. Bixby Canyon Bridge
02. DI Will Possess Your Heart
03. No Sunlight
04. Cath…
05. Talking Bird
06. You Can Do Better Than Me
07. Grapevine Fires
08. Your New Twin Sized Bed
09. Long Division
10. Pity And Fear
11. The Ice is Getting Thinner

Band: Death Cab for Cutie
Album: Narrow Stairs
Label: Atlantic Records
Genre: Indie, slowcore
Beste track: Grapevine Fires
Score: 8/10

Tot volgende week!

(TDD)

Bonus: nog een fijne clip: No Sunlight

Kinky stuff

juli 10, 2008 by wmggs

Ik kreeg eerder deze week (maandag om precies te zijn) een boekje van Kinky Star records waarin hun programma voor de Gentse Feesten stond. Aangezien het overgrote deel van de namen mij (en mij niet alleen waarschijnlijk) nu eens geen fluit zeggen ben ik een paar groepjes waarvan de beschrijving mij aansprak gaan opzoeken op Myspace. Gelukkig stond er bij elk groepje een linkje dus dat was nu niet zo héél erg moeilijk eigenlijk. Lang leve Myspace dus! Hierna volgen de 7 groepjes die na beluistering mijn goedkeuring gekregen hebben.

Angst
http://www.myspace.com/angstmuziek

4 mensen uit Maldegem (Maldegem is cool want mijn favoriete nonkel woont daar) die volgens hun beschrijving in maatpak optreden als ik het goed begrijp. Niet zo origineel op zich maar dat zegt niets over hun muziek natuurlijk.

Klinkt als: euhm, existentiële angst? Klinkt alleszins niet als muziek om opgewekt van te worden.

Mauer
http://www.myspace.com/mauerband

Een vijftal dat het wegens gebrek aan zin van mijzelf zonder goeie introductie zal moeten stellen. Ze hebben wel goed geluisterd naar Joy Division en ook wel naar Sonic Youth

Klinkt een beetje als: Joy Division die een kruisbestuiving onderging met Sonic Youth en dat allemaal uit Gent?

Kapitan Korsakov
http://www.myspace.com/kapitankorsakov

Een Gents trio dat hier enkel vernoemd wordt omdat “When We Were Hookers” extreem vuil en vettig klinkt (met een beetje storing op helaas) alhoewel “Sheep Dip” ook nog te pruimen is volgens mij. De rest is een beetje te schreeuwerig.

Klinkt als: iets vettigs gemend met een snuifje postrock

Black Shark
http://www.myspace.com/blacksharkmusic

Een trio met namen als Peewee Lobotomee en Evil Zane, dat belooft. Ik zou bij Zeus niet weten van waar ze komen maar aangezien er iemand van Gèsman inzit zou het wel eens kunnen dat het West-Vlamingen zijn.

Klinkt als: Mika Turbonegro, El Guapo Stuntteam of Peter Pan Speedrock als die een iets trager nummer spelen.

Buggirl
http://www.myspace.com/thebuggers

Een Australische broer en zus die samen in een band zitten, er zijn er wel meer die zich zo geprofileerd hebben. Deze hebben echter de moeilijke taak op zich genomen om als AC/DC te klinken (die zijn 2,5 keer zo groot) wat volgens mij geen gemakkelijke taak is met enkel een gitaar en een drum maar ze slagen er toch in. Volgens de tourposter van 2007 zijn ze 2 keer gepasseerd in … Lovendegem of all places! Aangezien Lovendegem de hometown van ondergetekende zeg ik daar “Respect!” tegen.

Klinkt als: AC/DC maar dan door twee man ( owkay, 1 man en een manwijf) gespeeld.

To the Bone
http://www.myspace.com/tothebonemusic

3 man uit Antwerpen (hey, het moet niet altijd Oost-Vlaanderen of Australië zijn, niet waar?) die bewijzen dat de blues nog lang niet dood is.

Klinkt als: iets bluesy dat misschien in de verte een heel klein beetje op Triggerfinger zou kunnen trekken.

Cloon
http://www.myspace.com/cloonband

4 Antwerpenaren die blijkbaar al in het voorprogramma van Clawfinger hebben mogen spelen. Zijn alleszins goed in het verzinnen van eufemismen want je gaat mij niet vertellen dat “I want to shake the apples from your apple tree” niet op iets seksueels slaat.

Klinkt als: Frank Zappa die een bastaardkindje met de mannen van Tool gekregen heeft

geen zin in een song van de week wegens te veel keuze. Sorry daarvoor!

Planeet Piens

juli 7, 2008 by wmggs

 

Na mijn recente bezoekje aan Keymusic had ik een redelijk goed begrip gekregen van wat een beginnende basgitaar zoal kon presteren. De Ibanez ATK300 was mij aangeraden als voorlopige beste koop, en op zich zag ik er geen graten in om die basgitaar ook effectief aan te schaffen. Toch wou ik nog één keer de vergelijking aangaan met een concurrerende winkel. Verkopers op hun woord geloven is immers niet altijd aan te raden. Verkopers zijn er in eerste plaats om te verkopen, en pas in tweede plaats om te helpen.

De zoektocht naar een interessante concurrent werd drastisch ingekort toen het volgende bericht bij één mijner muzikale vrienden in de mailbox viel:

“Dinsdag 1 juli is de officiele start van de solden-periode. Als geregistreerde Piens-klant kun jij er door je voor-koop privilege als eerste van profiteren. 10, 25, 50, 75% korting! Enkel voor klanten.”

Tot vijfenzeventig procent korting! Een bas van 1600 euro met een dergelijke korting zou mij op die manier nog geen vijfhonderd euro kosten. Ik zag mijn kansen op een splinternieuwe ‘Mercedesbas’ aanzienlijk vergroten.

Om die reden stapten we diezelfde zaterdag in de auto richting Deinze. Na een half uurtje rijden bereikten we Piens city, en even later stonden we voor de deur van de grootste muziekwinkel van Europa. Van buitenaf niet erg imposant, wat mij naar de binnenkant van de winkel des te nieuwsgierig maakte.
 

 
De eerste zaal die een klant betreedt als hij een bezoekje aan Piens brengt, is de pianozaal. Verschillende vleugels staan hier naast elkaar opgesteld. Aangezien we niet op zoek waren naar een piano, liepen we hier nogal vlug door, al zouden we ze op de terugweg nog eens met een bezoekje vereren. Daarover later meer.

Via een kleine, donkere gang begaven we ons naar datgene waarvoor we eigenlijk gekomen waren: de gitaarafdeling. Bij het binnengaan van deze afdeling werd ons meteen duidelijk dat dit niet zomaar een zaaltje als een ander zou worden. Speciale lichteffecten, vooral gekend uit pretpark –en kermisomgevingen, heetten ons welkom. Het moet gezegd zijn… er hing iets in de lucht.

Een piano bijvoorbeeld.
 

 
Hoewel dit behoorlijk indrukwekkend was, verbleekte het echter onmiddellijk bij het zicht dat voor ons opdoemde toen we werkelijk de reusachtige showroom binnenkwamen. Het zag er een beetje uit als een akker waar een totaal losgeslagen boer in plaats van graan gitaren had gezaaid. Gitaren en bassen zover het oog reikte.
 

 
Voor we bij de basgitaarhoek kwamen, passeerden we bovendien ook een niet geringe hoeveelheid drums.
 

 
Piens had dus inderdaad een aardig aanbod instrumenten. Maar hadden ze ook het juiste aanbod? Tussen de basgitaren klampte ik een verkoper aan, met de vraag of ze toevallig geen afgeprijsde Ibanez ATK300 in stock hadden. De verkoper maakte mij twee zaken duidelijk.

1) Aangezien we die zaterdag 29 juni waren, en niet 1 juli, waren er nog geen afgeprijsde artikelen.

2) Ze hadden geen enkel model van de ATK reeks in stock.

Een vrij onaangename verassing. We hadden de elektronische Piens -aankondiging duidelijk verkeerd opgevat. Het exclusieve ‘voor-koop privilege’ sloeg blijkbaar niet op een soort ‘voor-soldenperiode’ voor klanten. Waarop dan wel? Geen flauw idee. Pech gehad.

De verkoper had gelukkig ook goed nieuws. Ze hadden volgens hem namelijk wel een aantal basgitaren in stock die in de prijsklasse rond de 500 € de concurrentie met de ATK vlot aankonden. Hij stak mij onmiddellijk een prachtige zwarte basgitaar in handen die inderdaad zeer lekker klonk. De Ibanez SR. Prijs: +- 650 € .
 

 
Het was een verleidelijk instrument, maar het zat helaas een stuk boven mijn budget. Op mijn vraag of er een prijsklasse lager niets interessants was wees de verkoper mij de Ibanez SRX400 aan.
 

 
Hij wist mij ervan te overtuigen dat de SRX, met een prijs van 460€, minstens even goed was als de ATK300, zij het ‘op een andere manier’. Ik vroeg uiteraard meer uitleg, en kreeg die ook.

Bij basgitaren bleken twee zaken van groot belang. Ten eerste moest je altijd kijken naar het aantal metalen balkjes op het onderste stuk van de basgitaar. Deze zorgden immers voor een verdieping van het geluid van de gitaar, en dus ook voor de kwaliteit ervan. De SRX400 had maar één dergelijk balkje, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de duurdere zwarte Ibanez SR, die er twee had. Dit maakte dat het geluid maar één keer vervormd of ‘verdiept’ werd.

Dit werd volgens de verkoper echter gecompenseerd door het feit dat de SRX400 een ‘actieve’ basgitaar was. Dit wou zeggen dat de gitaar, in tegenstelling tot passieve varianten, van zichzelf al een zeer krachtig geluid produceerde. Om die reden had de gitaar een zeer goede kwaliteit/prijs verhouding.

Het is altijd moeilijk om als leek dergelijke informatie naar waarde te kunnen schatten. Het feit dat ook deze basgitaar een Ibanez was, én mooi binnen mijn budget bleef, gaf echter de doorslag. Ik besloot hem te kopen. Met een klein versterkertje (42€), en een kabel om de gitaar erop aan te sluiten (16€), kwam ik uiteindelijk uit op 517 € .

Dat versterkertje was essentieel, aangezien de basgitaar geen ingebouwde versterker had. Mijn modelletje van 42€ deed niet veel meer dan louter versterken. Voor liefhebbers met een groter budget hadden ze blijkbaar ook bakjes met verschillende soorten distortion, een volumeregelend pedaal, een clicktrack, en massa’s andere opties. Allemaal leuk om hebben, maar met een prijskaartje van 250 € zag ik er toch van af.
 

 
Voor ik de deal sloot, besloten ik en mijn metgezellen om eerst nog een beetje aan sightseeing te gaan doen in de winkel. Een bezoekje aan Piens is alleen daarvoor al de moeite. We keken onze ogen uit. Enkele impressies.
 

 
Gitaren voor hippies
 


Een prachtige kruising tussen zebra en gitaar
 

De dubbele gitaar

 

De coolste gitaar in de zaal

 

De droombas voor een gothic-fan
 


Een elektronische viool
  


Een elektronische contrabas (het bestaat!)
 


Versterkers voor kabouters
 

Een uiterst aangename wandeling. Alsof we volledig gratis naar een dierentuin voor instrumenten waren gekomen. Met gratis gids zelfs, als je een verkoper kon te pakken krijgen.

Als laatste onderdeel van ons uitstapje keerden we terug naar de inkomzaal met de talrijke piano’s. Maarten, een van mijn metgezellen, was namelijk een ervaren pianist, en wou ergens in de toekomst een vleugel aanschaffen om in zijn woonkamer te zetten. De service in de piano-afdeling bleek echter een stuk minder goed dan die in de andere afdelingen…

Toen mijn pianospelende compagnon een elektronische vleugelpiano met ingebouwd computerscherm aan het uittesten was, ontspon zich het volgende gesprek tussen hem en de verkoper.

Verkoper: (schijnheilig) “En, lukt het een beetje?”

Maarten: “ Het is nog wat zoeken, ik heb nog nooit op een elektronische vleugel gespeeld”

Verkoper: “Overweegt u om deze piano aan te schaffen?”

Maarten: “ Eventueel ja”

Verkoper: “Zou u nog steeds geïnteresseerd zijn als ik u zei dat ze een miljoen Belgische frank kostte?”

Maarten: “Dan misschien iets minder”

Verkoper: (kortaf) “Zou ik u in dat geval mogen verzoeken om niet langer op de piano te spelen? Hoe meer erop gespeeld wordt, hoe minder ze waard is. Als u mij een half miljoen geeft mag u ze daarentegen zoveel uitproberen als u wilt.”

Waarop de verkoper ons de piano -afdeling uitjoeg, en tegen zijn medeverkopers een verhaal afstak over “die drie onnozelaars die een beetje met de vleugels kwamen spelen”. Maarten besloot daarop om de viool die hij op dat moment bij Piens had willen kopen ergens anders aan te schaffen, en om ook voor de toekomstige aankoop van zijn vleugel andere horizonten op te zoeken. Volkomen terecht, naar mijn mening. De arrogantie van deze omhooggevallen verkoper was om misselijk van te worden.

Maar bon, de bas werd aangeschaft, ingepakt, en samen met een gratis gitaarstatief (dankzij een bon van Maarten) de auto ingeladen. De Ibanez SRX400 is ondertussen al uitvoerig uitgetest, en goed bevonden. Grappig feitje: toen ik op de achterkant van de bas de specificaties uitploos, ontdekte ik dat ze gemaakt was in… Indonesië. Laat dat nu net een land zijn dat ik in de verste verte niet associeerde met basgitaren, of zelfs gitaren tout court. Maar het heeft wel iets, de trotse bezitter te zijn van een originele Indonesische basgitaar. Nu nog leren spelen.
 
Volgende week: een achter-de-schermen-verslag van Werchter. Het wordt de moeite.

Werchter? I don’t buy that!

juli 3, 2008 by wmggs

Het schijnt dat Werchter vandaag weer begonnen is en bij gevolg zal deze post ook daarover gaan. Neen, ik ga het niet over de al dan niet duur zijnde tickets hebben, noch ga ik groepen aanraden. (dat eerste komt zo veel voor dat het voorspelbaar zou zijn en dat laatste is het idee van Tom stelen)

Wat ik dan wel gedaan heb is op zoek gaan naar wat een mens allemaal had kunnen kopen indien hij/zij besloten zou hebben om Werchter dit jaar eens over te slaan. Ik ga hier uit van de prijs van een standaard combiticket (zijnde de volle 165 euro) want ik heb geen zin om ook nog eens uit te zoeken wat je voor de prijs van een dagticket zou kunnen kopen. Voor de prijs van een campingticket (17 €) daarentegen kun je al zeker en vast een recente cd gaan kopen! Ik excuseer mij alvast voor mogelijke reclame voor deze of gene winkel.

  • In de actie 3 cd’s voor 20 € in de Bilbo zou je 28 cd’s kunnen kopen
  • 1 Creative Zen V Plus met 8 GB geheugen (owkay, die is 4€ duurder in principe)
  • 27 gloednieuwe strips
  • 3 computergames die recent verschenen zijn (en die dus nog aan rond de 50€ per stuk staan)
  • Een Les Paul Special II gitaar + gitaarzak op musicstore.com
  • op dezelfde site: een Fender Squier Affinity P-Bass basgitaar!
  • 8 Dvd’s van 20 €
  • rond de 20 cinematicketjes in de Kinepolis
  • 24 cinematicketjes indien je meer een voorstander zou zijn van de Sphinx of de Skoop
  • 30 Mojito’s ( en alle andere cocktails die aan 5,5€ staan) in het Soulfood Café
  • 43 keer het bier van de maand in de Dulle Griet, doe dat maal 2 (want 2 flesjes) en je hebt een serieuze alcoholvergiftiging
  • 36 bowlingspelletjes in De Meibloem

Ik zou nog uren door kunnen gaan maar ik heb mijn punt ondertussen wel duidelijk gemaakt waarschijnlijk. Inderdaad, het is veel geld om naar Werchter te gaan!

De song van de week dan maar?  Op Stubru is er elke woensdagmiddag het programma Rendez-Vous en de song van de week is daar een voortvloeisel uit. Hooverphonic - In Bloom is een bloedmooie cover van een klassieke Nirvana-song. Ik heb al eerder gezegd dat ik het niet zo voor Cobain en de zijnen heb maar Geike Arnaert maakt alles goed!

edit: origineel stonden er linkskes naar die gitaren maar blijkbaar gaven die een foutmelding dus heb ik ze maar verwijderd.

De volkswagen bas, deel 2

juli 1, 2008 by wmggs

 
Vorige week beschreef ik mijn eerste, telefonische, stappen in de zoektocht naar een degelijke goedkope basgitaar. Deze week serveer ik deel 2 van deze zoektocht, dat ik vorige week door mijn gebrekkige kennis van wordpress helaas niet meer correct opgemaakt onder deel 1 kon plaatsen. Ook volgende week zal ik mijn zoektocht doorzetten, met een uitgebreid verslag van mijn bezoek aan de grootste muziekwinkel van Europa. Veel leesplezier!

2. Van theorie naar de praktijk

Ik was ondertussen wel erg nieuwsgierig geworden naar hoe zo’n Volkswagen -basgitaar dan wel precies zou klinken. Grover, hoger, een beetje vals? Een bezoekje aan een winkel leek inderdaad geen slecht idee. En dus trok ik met een van mijn vrienden richting Keymusic, een muziekwinkel aan de Gentse Lousbergkaai.

Aangekomen bij Keymusic was het wel even zoeken naar het juiste instrumentenhoekje.

Dit was het niet:

Veel gitaars

Dit al evenmin:

Drums

Het volgende hoekje deed ons echter sterk vermoeden dat we onze bestemming hadden bereikt:

Basserij

Gitaarvormige instrumenten? Check!

4-snarig? Check!

Missie volbracht. Bij het basgitarenhoekje hoorde ook een basgitaarverkoper, die zijn materie heel goed scheen te kennen.

“Het verschil tussen een basgitaar van vijfhonderd euro en één van duizend is voor een beginnende basgitaarspeler vrijwel onhoorbaar” legde hij ons uit. “En binnen het segment van de vijfhonderd euro is de Ibanez ATK300 de onomstreden koploper”

Ibanez atk300

Ibanez bleek het merk met de beste prijs/kwaliteitsverhouding. De ATK300 was bovendien aan te raden “omdat hij zo flexibel was”. Een beginnende basgitaarspeler kon er alle muzikale richtingen mee uit. Dit in tegenstelling tot de 5-snarige basgitaar ernaast, die blijkbaar een ideale metalgitaar was. De 5de snaar zorgde er immers voor dat de muzikant nóg lagere noten kon spelen.

Aan basboxen zou ik gelukkig geen geld moeten uitgeven: mijn Yamaha 400-watt concertboxjes waren volgens de verkoper meer dan geschikte kandidaten om de basgitaar volledig tot zijn recht te brengen.

Boxjes

Wat wel aan te raden bleek, was een DI-box. Dit handige instrumentje kon de geluidskwaliteit van een basgitaar fel omhoog krijgen. Door de box tussen de basgitaar en de speaker te installeren, kon een basgitarist klanken tevoorschijn toveren die cd-kwaliteit evenaarden. Prijs? “Tussen de vijftig en de tweehonderd vijftig euro ”. Zeker te overwegen.

Aan het voorlopige einde van mijn tocht leek de ATK300 van Ibanez mij dus bepaald geen misse keuze. Voor exact 499 € kon ik een gitaar aankopen waar ik alle kanten mee uitkon, en die bovendien nog vrij goed klonk ook. Dit werd mij bovendien nog eens bevestigd door een sympathieke review die ik van het internet wist te plukken:

We all know how great the ATK700 is, but many people cannot afford the price of this big Electric Bass Guitar, which is why Ibanez launched the ATK300. Do not think for one minute that as this is the smaller brother of the ATK700 that it will not have enough power, because it has plenty of it...

The ATK means attack and that is what the ATK300 Bass does. Many of us know and love the Soundgear, which has a narrow neck and has a sleek look, but the ATK300 is big with its large neck to give you its bold tones. If you are a fan of the blues and hard rock sound then this is the guitar that you need to have”

“It means attack”! “The guitar you need to have”! Yeah!

Maar wacht… “The great ATK700”? “The sleek Soundgear”?

Ik zocht nog wel even verder…